|
HERINNERINGEN VAN OUDBLOEMENDALERS
Hoewel James
Richardson Bennernagel in 1920 in Amsterdam op de
Herengracht werd geboren, valt hij toch onder de categorie
"oud" Bloemendalers, omdat hij met zijn ouders de zomers altijd
doorbracht in huize "Rust Roest", Bekslaan 38 te Vogelenzang.
De villa Rust Roest is waarschijnlijk gebouwd door de kunstschilder
Frans Courtens (1845-1943), die zijn eigendom in 1896
verkocht, zoals wij konden lezen in een artikel in de Nieuwe
Haarlemsche Courant van 19 februari van dat jaar. Waarschijnlijk
werd vanaf die tijd tot 1920 de villa bewoond door
de heer G. Vas Visser samen met Mej.. Vorsteman van Ooijen.
In 1920 werd het de zomer resident ie van de familie Richardson
Bennernagel-Julien.
Het best herinnerde de heer Richardson zich de kou in het huis.
Het was als zomerverblijf f gebouwd en had een eensteens muur. Er
waren gangen in de buitenmuren gemaakt voor hètelucht verwarming
, maar die functioneerde niet. Men deed een poging om het
huis te verwarmen met kachels van het merk "Godin" . Op deze
kachels stond geschreven: "Je brule tout l'hiver, sans m'éteindre";
weet Richardson zich te herinneren. In de woonkamer stond
en Jaarsma haard, de betimmering in deze kamer was afkomstig
van het jachtslot Mayerling.*
Voor de voordeur lag en bordes met en dubbele stenen trap
naar de oprijlaan voor het huis. De oprijlaan liep halfrond,
vanaf de Bekslaan langs de villa en dan weer terug naar de
Bekslaan. De in 1937 afgebroken villa stond vlakbij de spoorwegovergang
aan de rand van het bos. Ongeveer 60 m. achter de
villa, langs de spoorlijn, stond in het bos, recht tegenover
het stationsgebouw, het koetshuis van de villa. (Bekslaan 40).
Dit huis leek op en Zwitsers chalet, met en vooruitstekend
houten dak. Qua stijl kwam het overeen met het uit 1881 stammende
stationsgebouw. In dit huis woonde de familie van Keulen,
die niets te maken hadden met de bewoners van de villa.
Het personeel van de familie Richardson Bennernagel woonde in
het souterrain. Dit was en Brabants echtpaar, de man werkte
als chauffeur en de vrouw als huishoudster.
Van mei tot eind augustus woonde de familie in Vogelenzang. Als
na de verjaardag van koningin Wilhelmina, op 31 augustus, de
schoolvakanties voorbij waren, werden de spullen weer gepakt en
keerde men terug naar het huis op de Herengracht in Amsterdam.
Van al het werk dat zo' n verhuizing met zich meegebracht moet
hebben, weet de heer Richardson zich niets te herinneren. Dat
was, volgens hem, in die "goede" oude tijd en aangelegenheid
voor het personeel.
Toch moet dit en reuze pakkerij zijn geweest als men bedenkt
dat het gezin bestond uit 7 mensen, de ouders, drie kinderen en
2 personeelsleden.
*Mayerling is het slot waar de Oostenrijkse troonopvolger,
Rudolf Franz Karl Josef, zoon van de laatste keizer van Oostenrijk,
samen met zijn geliefde, barones von Vetsera, zelfmoord pleegde.
24
Pas in 1928 werd de villa aangesloten op het elektriciteitsnet.
In dat jaar werd de Bekslaan geasfalteerd en gingen de telegraafkabels
onder de grond.
Doordat het huis zo dichtbij het station lag kon je de stem van
de stationsbeambte als de trein stopte horen roepen: "Vogelenzang-
Bennebroek!" Op het stationsemplacement werden, de in de
Werkplaats in Haarlem gerepareerde spoorwagons getest.
Aan de andere kant van de overweg lag de stalhouderij van Piet
Bos.
In Casa Nova, nu Casa Carmeli, Bekslaan 9, woonde de heer
Mij nes, die iedere dag naar Amsterdam ging met de trein. Deze
man was zo lang dat hij en speciaal voor hem gebouwde fiets
nodig had, met een dubbele stang.
Belangrijk voor de heer Richardson zijn de herinneringen aan de
auto's van zijn vader. De eerste auto die hij zich herinnert
was een Chrysler, daarna kwam er een Cadillac V63,
's Zondags ging de familie naar de mis in Kathedraal op de
Leidsevaart te Haarlem. Op de terugweg werden inkopen voor de
hele week gedaan bij groenteboer Huyboom in Haarlem. De groenten
waren hier voordeliger dan in Vogelenzang. Naast de Cadillac
was de familie ook in het bezit van een Salmson, dit is een
kleine Franse wagen.
De protestante boeren in Vogelenzang gingen met hun paard en
rijtuig naar de kerk in Bennebroek. De rooms-katholieken, die
niet over een auto beschikten gingen naar de kerk in Vogelenzang,
waar in die tijd, pastoor Schalken zijn schaapjes hoedde.
De familie Richardson onderhield vriendschappelijke betrekkingen
met de bekende kunstschilderfamilie Maris. Omstreeks 1925
is onze zegsman een keer bij deze familie op bezoek geweest. De
aanleiding hiervoor was een auto-ongeluk, herinnert hij zich
vaag .
Velen van de niet meer zo piepjongen onder onze lezers zullen
zich de om van heer Richardson, Paul Juli en, nog herinneren.
Deze beroemde ontdekkingsreiziger, antropoloog en
schrijver heeft jarenlang en zeer populair radioprogramma
verzorgd. De
naam van dit programma was "Kampvuren langs de
Evenaar".
Tot 1929 gebruikte de familie Richardson het huis als zomerverblijf
f, maar tijdens de winter van 1929-1930 bleven ze in Vogelenzang
. In deze zeer strenge winter bezochten de kinderen deinmiddels
gesloopte St. Jozefschool te Heemstede.
In 1929 was de rijke tijd voorbij. Richardson Bennernagel wasnotaris en ok
voor hem, waren de crisisjaren desastreus. Vanaf
1930 was het financieel niet langer mogelijk om de zomers in
Vogelenzang door te brengen. De zomer van 1931 verbleef men nog
in Zandvoort,
maar in 1934 betrok het gezin een eenvoudige
woning in Amsterdam. De Cadillac werd dat jaar verkocht voor
f.25,-- op het Waterlooplein aan Joop Maandag, een sloper.
Niemand had in die jaren geld voor een luxe Cadillac.
Het huis heeft van 1930 tot 1937 leeggestaan. Het koetshuis is
wat langer bewoond gebleven. In 1937 vielen beide panden onder
de slopershamer.
De heer Richardson maakt niet de indruk gebukt te gaan onder
het verlies van de rijkdom van zijn vader. Toch is het heel
goed mogelijk dat zijn kindertijd en rol heeft gespeeld toen
hij koos voor een beroep in de autobranche. Ook zijn liefhebberij
ligt duidelijk in dit vlak. Toen de auto's ter sprake
kwamen hoefden we geen vragen meer te stellen en kwamen de
verhalen vanzelf, b.v. over de races op Zandvoort. Vooral dat
"Pim" Richardson in 1949 met zijn oude raceauto won van Freddie
Heineken in zijn Alfa Romeo 1750 is een wapenfeit dat het
vermelden waard is. Ook bij en race in Berlijn op de racebaan
"Avus" kwam de heer Richardson als eerste aan.
Over auto's en andere vervoermiddelen hoorden we nog enkele
interessante wetenswaardigheden, zoals:
Wist U dat vóór de oorlog de politiek antiauto was? Dit was om
de Spoorwegen te beschermen, die vóór de oorlog semi-overheid
waren.
Wist U dat in 1933 in Amsterdam het eerste verkeerslicht werd
geplaatst? Dit was op de hoek van de Leidsestraat en de Keizersgracht.
Wist U dat er vóór de oorlog belastingambtenaren waren die 's
avonds auto's controleerden, die bij het Concertgebouw stonden,
om te zien of ze misschien als zakenauto geregistreerd waren?
Wist U dat er voor de oorlog al bromfietsen waren? Men noemde
ze toen, fiets met hulpmotor. Ze waren populair omdat er minder
belasting voor betaald hoefde te worden dan voor een motorfiets.
tekst:
W. van
Trotsenburg-Muyrers.
uit: Ons Bloemendaal
|