Foto's
van Vogelenzang
Bloemendaal Noord Holland
start
♦ foto's
deel 1
♦ foto's deel 2
♦
nieuws Vogelenzang ♦
links vogelenzang ♦ Amsterdamse
waterleidingduinen
Jamboree 1937
![]()
Ingezonden foto's van Vogelenzang klik hier

Tulpenkoppen Vogelenzang 25 april 2003
Bollen-zondagen
rond 1910
Heemstede
en Bennebroek maakten van oudsher deel uit van de bollenstreek
tussen Haarlem en Leiden, op de geestgronden, een mengeling van duinzand, klei en veen.
Als de bollen - narcissen, hyacinthen en tulpen -in bloei waren, trokken
ze talrijke bezoekers. De kleurig geschakeerde velden waren gemakkelijk
te bezichtigen, want de bebouwing tussen de dorpen was allerminst
aaneen gesloten. Automobielen waren er toen praktisch niet - een stoomfiets (tegenwoordig
motorrijwiel) was een bezienswaardigheid en het vervoer in rijtuigen,
landauers en victoria's was slechts voor een kleine groep weggelegd.
Fietsen waren er wel en de berijders daarvan keerden met slingers
aan stuur en wielen naar huis terug. De grote massa verkoos
wandelend een indruk te krijgen van de kleurenpracht.
Een vrije zaterdagmiddag bestond wel voor schoolkinderen maar niet
voor de grote meerderheid der werkers. Snipper- en baaldagen waren
onbekend, terwijl de kerkgang op zondagmorgen veel algemener was
dan thans het geval is. Het begrip zomertijd was in 1910 nog onbekend
zodat het in april om ca. 7 uur donker werd. De eigenlijke drukte
was daardoor geconcentreerd op de zondagmiddag. Als Pasen laat
viel, was de tweede Paasdag een welkome aanvulling van de mogelijkheid
om er eens op uit te gaan.
De straatweg tussen Bennebroek en Oegstgeest zag dan letterlijk zwart
van de mensen.
Het verharde gedeelte (straatklinkers) van de weg
was veel smaller dan thans. Buiten de dorpskommen bevond zich aan
de westzijde een fietspad en aan de oostzijde de trambaan, die tussen
de rails onverhard was. Hoe kwamen de wandelaars in de bollenstreek?
Een klein gedeelte per trein, die stopte te Vogelenzang, Hillegom, Lisse.
Piet Gijzenbrug (het latere Noordwijkerhout), Voorhout en Warmond
Wandelend langs de Leidsevaart viel er heel wat te bewonderen.
Maar de grote massa maakte gebruik van de stoomtram. Dat was goedkoop,
want een rit op de houten banken kostte maximaal een kwartje
en wie een stuiver meer wilde betalen kon plaats nemen op de pluche
zittingen der eersteklas wagons.
De stoomtram beschikte over 26 gesloten rijtuigen (waarvan 21 afkomstig
uit de fabriek van Beynes, gelegen aan het stationsplein te Haarlem),
8 zgn. zomerwagens en een goederenwagenpark, alles 2-assig.
Pekelwagens, platte wagens en kolenwagens waren niet geschikt voor
personenvervoer. Evenmin de gesloten goederenwagens. Het rijden met
open deuren tijdens de grote bloemententoonstelling in 1910 in de
Haarlemmerhout was voor aanvoer van verse bloemen en planten een goede oplossing maar zou voor de opgepakte
reizigers te gevaarlijk zijn.
Uitkomst boden
de zes veewagens, die iedere vrijdag dienst deden als
er veemarkt in Leiden was. Om 2.30 uur, dus in het holst van de
nacht vertrok er een lege tram uit de remise te Hillegom naar de
Haarlemmerhout,
alwaar vee kon worden ingeladen, een service die de
spoorweg niet bood. Om 3.30 uur v.m. vertrok de tram naar Leiden,
overal vee en veegeleiders opnemend en dan stond het vee tijdig op de
beestenmarkt in Leiden.
In de namiddag had de terugtocht plaats en kon het slachtvee voor de
deur van de slagers van der Schoot, Roggeveen en de Graaf i in Heemstede
worden afgeleverd.
De wagens werden op zaterdag grondig schoon gespoten en konden dan
zondag dienst doen "als hulprijtuigen", zoals dat heette. Het
bovenste
deel der omwanding bestond uit latten, zodat men tussen de openingen
goed kon uitkijken en de vergrendeling der grote klapdeuren voorkwam
ieder kans op ongelukken.
Een locomotief mocht, wegens het remvermogen, niet meer dan 14 assen,
dus zeven 2-assige voertuigen vervoeren. Voor de normale dienst
waren vier tramstelten nodig, dus maximaal 28 voertuigen. Met de overige
12 voertuigen werden volgtrams geformeerd. Niet alle wisselplaatsen
waren lang genoeg om twee lange trams achter elkaar toe te laten,
ontstonden.
Van de tien locomotieven waren de Noord-Holland en de Zuid-Holland te
zwak voor de lange en zwaar belaste trams, maar de overige acht waren
allen onder stoom. Zo werd het uiterste gevergd van de tram, niet
alleen wat het materieel betreft, maar ook het personeel, dat lange en
zware diensten moest verrichten. Als beloning ontvingen machinisten
en conducteurs na zo'n zondag een rijksdaalder. Dat waren dan munten
van 38 mm middellijn, wegende 25 gram, die heel wat meer zilver bevatten
dan de huidige van 28 mm middellijn en 10 gram.
Onwillekeurig maakt men een vergelijking tussen 1910 en 1980. Wat de
tijd betreft is de concentratie er niet meer: iedereen heeft de gehele
zaterdag en zondag ter beschikking of kan een vrije dag in de week
nemen. Wat de streek betreft evenmin: bollen worden eveneens gekweekt
in de Haarlemmermeer en in de kop van Noord-Holland. Attracties
zijn er vele, op allerlei gebied, zodat een bezoek aan de bollenvelden
geen "must" meer is. De meerderheid komt op eigen gelegenheid met auto of brommer en nog slechts een kleine minderheid per openbaar
vervoer. De elektrische trein stopt niet meer aan de bovenvermelde
tussenstations
en raast in twintig minuten van Haarlem naar Leiden, waarbij
men hier en daar een glimp van de bollenvelden voorbij ziet flitsen.
De toegenomen bebouwing van de straatweg maakt een tocht per bus, opvolgster van de tram, minder aantrekkelijk.
En de kosten? Wie met zijn strippenkaart in de bus stapt, betaalt circa
de helft van de kosten. De andere helft komt uit de belastingpot,
waaraan wij allen meebetalen. Als men bedenkt dat de stoomtram geen subsidie
kreeg, aan de gemeente Heemstede retributie betaalde voor het gebruik van de bermen harer wegen, maar ondanks dat kans zag f. 20,-
per aandeel van f. 250,- of 8% dividend aan haar aandeelhouders te betalen, dan is er wel veel veranderd.
Al het heden wordt verleden en komt nooit meer terug. Maar we kunnen wel eens een terugblik werpen op een kleine organisatie die zich
veel moeite getrooste om een grote massa enige recreatie te verschaffen
H.W. Colenbrander
27.8.1982 uit; Ver. Oud-Heemstede-Bennebroek
Nieuwsbrief 35, Febr: 1983

luchtfoto van Vogelenzang
|
ingezonden
Een kort verslag van mijn middagwandeling door Vogelenzang dd. 15 dec 2009.
Al mijmerend liep ik in gedachte 47 jaar terug in de tijd door Vogelenzang, en ontdekte dat er veel veranderd is.
Met wat lichte weemoed mis je
dan de boerderij van Ari van Galen, het bakkerswinkeltje van
Duindam, de kapper, de slager, de Sint Josefschool,
garagebedrijf Kooiman, de patatwinkel van v/d Hulst op de
Vogelenzangseweg, het
Met vriendelijke
groet,
Ton van
Gestel.
Woonachtig in Vogelenzang gedurende de periode 1962 t/m 1976. Thans woonachtig in Middenbeemster.
foto Ton van
Gestel
|
![]()
start ♦ foto's deel 1 ♦ foto's deel 2 ♦ nieuws Vogelenzang ♦ links vogelenzang ♦ Amsterdamse waterleidingduinen